Wist u dat ...? Feiten en ficties over migratie (deel 5)

Strafbaarstelling van irregulier verblijf heeft weinig toegevoegde waarde

In de aanloop naar de verkiezingen publiceert de adviesraad een blogserie waarin kennis en feiten over migratie worden gepresenteerd. Dit is het vijfde deel in deze serie.

Het verblijf in Nederland van personen die hier geen recht op hebben zou strafbaar moeten zijn. Die stelling is in de afgelopen jaren bij herhaling geuit. Deze zogenoemde 'strafbaarstelling van irregulier verblijf' zou afschrikwekkend werken en het uitzetten van deze groep migranten makkelijker maken. Maar kloppen deze aannames?

Migranten zonder geldig verblijf

Geen enkel land, ook Nederland niet, weet een sluitend migratiebeleid te realiseren. Voor sommige migranten is terugkeer geen optie uit angst of schaamte. Sommigen verkiezen goedkope arbeid in het irreguliere circuit boven het gebrek aan perspectief in eigen land. Schattingen uit 2017-2018 geven aan dat er tussen de 23.000 en 58.000 migranten zonder geldige verblijfstitel in Nederland zijn. Een forse afname vergeleken met het in 1997 geschatte aantal van 194.000. Een mogelijke verklaring voor die afname is dat het leven hier voor deze personen alleen maar lastiger is geworden. Ook wordt een deel van het werk dat ze toen deden, na de EU uitbreiding nu door (reguliere) EU-arbeidsmigranten gedaan.

Weinig toegevoegde waarde

Strafbaarstelling klinkt stevig, maar kan met het strafrecht meer worden bereikt dan met het migratierecht? En moeten er, in algemene zin, steeds maar meer regels worden toegevoegd? Gebleken is dat dit niet goed werkt. Ook het strafbaar maken van irregulier verblijf voegt in de praktijk weinig toe aan het bestaande instrumentarium van regels. De voorwaarden voor vreemdelingenbewaring bijvoorbeeld, zijn al zo ruim geformuleerd dat in het belang van de openbare orde iedere migrant zonder geldige verblijfstitel kan worden vastgezet met het oog op uitzetting. Daarnaast is het een feit dat (gedwongen) terugkeer in de praktijk behoorlijk weerbarstig is, want terugkeer hangt vooral af van medewerking van landen van herkomst. Dat probleem wordt dus niet zo maar door het strafrecht opgelost. Daar komt nog bij dat de irreguliere migrant die de openbare orde verstoort of een strafbaar feit pleegt, al onder het strafrecht valt.

Gering effect

De effectiviteit van strafbaarstelling wordt ook nog eens door drie andere factoren beperkt:

– De Europese Terugkeerrichtlijn bepaalt dat vertrek zwaarder weegt dan het opleggen van een straf voor irregulier verblijf. Dit betekent dat als je kan terugkeren naar je herkomstland, de uitvoering van een vrijheidsstraf moet stoppen. Met andere woorden het effect van iemand opsluiten is relatief beperkt.

- Irreguliere migranten blijven veelal buiten het zicht van de overheid en hebben vaak geen vaste woon- of verblijfplaats. Daardoor zijn ze niet vindbaar. De overheid kan hen dan ook geen bericht sturen over bijvoorbeeld een strafbeschikking en moet de zaak seponeren of de persoon dagvaarden. Dat betekent weer extra werk voor het Openbaar Ministerie en de rechterlijke macht, werk dat uiteindelijk weinig effect heeft. Personen worden bij verstek veroordeeld maar horen hier nooit van, doordat ze niet te vinden zijn. Daardoor heeft het strafrecht, per saldo, nauwelijks een afschrikwekkende werking.

- Strafbaarstelling van irregulier verblijf kan alleen als het aan de migrant ligt dat deze niet vertrekt: zonder schuld geen straf. Zowel ‘ontoerekenbaarheid’ als ‘overmacht’ kunnen bijvoorbeeld een reden zijn dat je geen straf krijgt opgelegd. Het buiten schuld niet kunnen verkrijgen van reisdocumenten, medische omstandigheden of een dreigende schending van artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens bij uitzetting, kan leiden tot ‘overmacht’ zoals het strafrecht dit kent. En dat betekent dat er dan geen straf wordt opgelegd.

Ongewenste neveneffecten

Behalve de geringe meerwaarde en de beperkende factoren zijn er ook nog (onbedoelde) negatieve neveneffecten van strafbaarstelling. Sinds 1998 regelt in Nederland de Koppelingswet dat migranten zonder geldige verblijfstitel geen aanspraak kunnen maken op publieke voorzieningen. Internationale verdragen geven hen wel recht op medisch noodzakelijke zorg en rechtsbijstand. Minderjarige kinderen hebben ook recht op onderwijs. Als er dan gedreigd wordt met strafrechtelijke vervolging is de kans groot dat deze migranten nog meer onder de radar willen blijven en bijvoorbeeld geen medisch noodzakelijke zorg willen. Dat brengt weer risico’s mee voor de volksgezondheid. Denk maar aan de gevolgen van het niet laten testen of vaccineren in de huidige coronacrisis. Ook wil je niet dat er kinderen in Nederland leven die niet naar school gaan uit angst om ontdekt te worden door de overheid. Strafbaarstelling kan met andere woorden leiden tot verdere marginalisering van een al kwetsbare groep.

Rechter niet overbelasten

De rechter is tegenwoordig behoorlijk overbelast met werk. Grote andere zaken zoals cybercrime, georganiseerde misdaad, uitbuiting en mensenhandel vragen terecht aandacht. Het heeft dan weinig zin om de rechter extra te belasten met een strafrechtelijke aanpak van migranten zonder geldige verblijfstitel, een aanpak die geen toegevoegde waarde blijkt te hebben.

Dit blog is samengesteld door Joanne van der Leun en David de Jong