Wist u dat ...? Feiten en ficties over migratie (deel 6)

Vluchtelingenopvang in de regio is al realiteit 

In de aanloop naar de verkiezingen publiceert de adviesraad een blogserie waarin kennis en feiten over migratie worden gepresenteerd. Dit is het zesde deel in deze serie.

‘Opvang in de regio’ als ultieme oplossing voor het asielvraagstuk wordt in het migratiedebat breed gedeeld: vanuit solidariteit met vluchtelingen en eerste opvanglanden, om de komst van vluchtelingen naar Europa (en Nederland) te voorkomen en/of om vluchtelingen direct terug te sturen naar waar ze vandaan komen. Opvang in de regio is geen nieuw idee. Politieke aantrekkingskracht hiervoor bestaat al decennia. Denemarken stelde het in de jaren tachtig voor. Nederland volgde begin jaren negentig met plannen van staatssecretaris Kosto. In 2003 presenteerde de Britse premier Blair zijn New Vision on Refugees en in het jaar daarna kwam Duitsland met het plan van Schily. Naar aanleiding van het grote aantal vluchtelingen in 2015 stelde het Nederlandse kabinet de ‘stip-aan-de-horizon-brief’ op.

Maar wat wordt er eigenlijk bedoeld met ‘opvang in de regio’? En wat moet er gebeuren zodat deze opvang leidt tot een oplossing voor vluchtelingencrises?

Vluchtelingenkamp in Kenia

Cijfers en definities

Wereldwijd zijn er bijna 80 miljoen mensen op de vlucht. Ongeveer 85% wordt opgevangen in minder ontwikkelde landen in de regio van de herkomstlanden. Dit hoge percentage is al jarenlang stabiel en drukt zwaar op betrokken landen. In Turkije verblijven 3,6 miljoen vluchtelingen, in Colombia bijna 2 miljoen gevluchte Venezuelanen. Pakistan en Oeganda vangen ieder 1,4 miljoen mensen op. In Libanon is een op de vier inwoners een Syrische vluchteling. Ter vergelijking: in Europa verblijft zo’n 8% van het totaal aantal mensen dat wereldwijd op de vlucht is. Nederland ontving in 2020 ruim 19.000 asielaanvragen. Kortom, opvang in de regio is sinds jaar en dag een realiteit.

79.5 miljoen personen 'forcibly displaced' . Bron: UNHCR Global report 2019

Een van de gedachten achter het opvangen van vluchtelingen in de regio is dat dit terugkeer naar het land van herkomst makkelijker maakt. Maar veilige en snelle terugkeer is vaak geen reële optie. De crises in de landen van herkomst zijn veelal langdurig en complex van aard en fragiele post-conflictsituaties maken grootschalige terugkeer van vluchtelingen dan ook vaak onmogelijk. Ongeveer 15,7 miljoen vluchtelingen verblijven bijvoorbeeld langer dan vijf jaar in zogenoemde ‘protracted refugee situations’ in de regio. Daarvan keerden in 2019 slechts 317.200 mensen terug. Sommigen zien kans om verder te vluchten naar Europa, en nemen daartoe veel risico’s. Hervestiging via UNHCR is slechts beperkt tot een ‘lucky few’. Meer dan 10% van de vluchtelingen is niet veilig in de regio en zou eigenlijk direct elders bescherming moeten krijgen. Maar in 2019 worden slechts 63.696 van de 1.4 miljoen kwetsbare vluchtelingen via de UNHCR hervestigd in Europa en landen als Canada en Australië.

Overigens wordt ‘opvang in de regio’ in het politieke debat ook wel eens uitgelegd als ‘externalisatie of external processing’. Maar dan gaat het om het terugsturen van asielzoekers naar locaties buiten de EU zoals bijvoorbeeld naar Noord-Afrikaanse landen. Daar wordt dan de asielprocedure uitgevoerd door de EU lidstaten.

Erbarmelijke omstandigheden zonder toekomstperspectief

Van Heuven Goedhart, de eerste Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen, zei in 1955 al: refugee camps should burn holes in the conscience of those who are privileged to live in better conditions.  Inmiddels verblijft 60% van de vluchtelingen in stedelijke gebieden in plaats van in opvangkampen. Velen van hen verkeren in nijpende omstandigheden. Niet iedereen is geregistreerd of heeft papieren. Verblijfsomstandigheden zijn slecht en de hygiëne bedroevend. Vaak is er een beperkte toegang tot voorzieningen zoals zorg, onderwijs en werk en heerst er een grote mate van onveiligheid zoals risico’s op verkrachting, uitbuiting en detentie. Vluchtelingen zitten gevangen in compleet uitzichtloze situaties. En toch proberen zij het beste te maken van hun leven. Daarbij kunnen zij, en de landen die hen opvangen, zeker nog meer ondersteuning gebruiken. 

Meer ondersteuning en geld nodig om beschermingscapaciteit te versterken

Volgens het Vluchtelingenverdrag is bescherming meer dan alleen het bieden van eerste humanitaire crisisopvang in de vorm van onderdak, water en voedsel. Het betekent ook het creëren van een toekomstperspectief: zowel duurzame veiligheid als economische zelfstandigheid. De landen die de meeste vluchtelingen opvangen hebben het vaak al zwaar en kunnen deze lasten niet alleen dragen. Het belang van meer samenwerking en betere verantwoordelijkheidsverdeling tussen landen van eerste opvang, landen van herkomst en asiellanden is erkend in het Global Compact for Refugees.

Nederland speelt binnen de EU al langere tijd een voortrekkersrol als het gaat om betere bescherming in de regio. Jaarlijks investeert Nederland 128 miljoen in de rechtspositie van, het onderwijs en de werkgelegenheid voor vluchtelingen en ontheemden. Deze ontwikkelingsgerichte inzet is een goede stap. Maar er is veel meer (EU) geld nodig. Zo is bijvoorbeeld maar voor 57% procent voldaan aan de financieringsbehoefte van regionale bescherming voor Syriërs. En geld alleen is niet voldoende: ook het hervestigingsquotum zal drastisch ophoog moeten. Dat geldt ook voor Nederland. Daarmee ontlast je namelijk daadwerkelijk de regio en bescherm je de meest kwetsbare vluchtelingen.

Bescherming in de regio aanvullend op asiel in Europa

Het is niet realistisch, en vanuit solidair oogpunt ook niet wenselijk om te verwachten dat verbetering van de beschermingscapaciteit in de regio tot gevolg heeft dat het aantal asielaanvragen in Europa of Nederland tot een nulpunt daalt. Zelfs als de situatie voor vluchtelingen in de regio verbetert, zullen er altijd vluchtelingen zijn die ook in de buurlanden vervolgd worden. Dat kan zijn vanwege hun politieke activiteiten of hun geloof. Ook zullen er altijd  andere redenen zijn om door te reizen en hier asiel aan te vragen. Afschaffen van de nationale asielprocedures is dan ook geen optie. Het internationale en Europese vluchtelingenrecht bepaalt dat altijd individueel moet worden beoordeeld of terugkeer veilig genoeg is, en de geboden bescherming voldoende perspectief biedt voor een menswaardig bestaan. Dat is de kern van vluchtelingenbescherming, waar ook ter wereld.

Dit blog is samengesteld door Hugo Fernandes Mendes en Myrthe Wijnkoop