Wist u dat ...? Feiten en ficties over migratie (deel 7)

Migranten komen niet naar Nederland voor onze verzorgingsstaat 

In de aanloop naar de verkiezingen publiceert de adviesraad een blogserie waarin kennis en feiten over migratie worden gepresenteerd. Dit is het zevende deel in deze serie.

Migranten komen niet naar Nederland voor een uitkering, maar om te werken of om samen te kunnen zijn met hun gezin. Voor asielzoekers speelt het vinden van bescherming een rol. Voor veel migranten zijn het 'vinden van betere arbeidsperspectieven’ maar ook de ‘aanwezigheid van sociale netwerken’ in Nederland van invloed op hun migratie keuze.

Aantrekkingskracht verzorgingsstaat is mythe

Het is een mythe dat migranten vertrekken om goede sociale voorzieningen elders te krijgen. Voor ‘bijstandstoerisme’ of ‘een aanzuigende werking’ van onze verzorgingsstaat bestaan weinig aanwijzingen. Migranten gaan niet massaal naar landen met de meest ontwikkelde verzorgingsstaat of met de meest gunstige sociale zekerheid zoals bijvoorbeeld de Scandinavische landen die kennen. Integendeel: velen reizen af naar Spanje (zoals de Roemenen) of het Verenigd Koninkrijk (bijvoorbeeld de Polen). Dat zijn juist landen met betrekkelijk beperkte verzorgingsstaat voorzieningen en een relatief laag bijstandsniveau. Veel migranten, veelal jong en vaak ook in de gezinsvormende fase van hun leven, hebben meestal helemaal geen gedetailleerde kennis over onze verzorgingsstaat. Net als de meeste mensen oriënteren zij zich hier pas op wanneer het aan de orde is in een bepaalde levensfase.

Geen récht op een uitkering

En wie alleen naar Nederland zou komen voor een uitkering komt bedrogen uit. Je kán helemaal geen bijstandsuitkering aanvragen als je de grens passeert. Asielzoekers krijgen onderdak en leefgeld van 59 euro per week. Europese migranten kunnen hun verblijfsrecht verliezen als ze zich melden bij de sociale dienst. En ook een WW-uitkering wacht niet op je aan de grens. Daarvoor moet je als migrant - net als iedereen - een arbeidsverleden hebben opgebouwd.  

Het aantal Oost-Europese migranten - de grootste groep migranten op dit moment in Nederland - met een bijstandsuitkering is betrekkelijk gering. Het gaat om 1,8 procent in vergelijking tot 2,3 procent onder burgers van Nederlandse origine, al is er wel een lichte stijging. Oost-Europese arbeidsmigranten maken wel vaker gebruik van een WW-uitkering. Dit heeft te maken met hun kwetsbare positie op de arbeidsmarkt: ze werken veelal in de laaggeschoolde en flexibele sectoren van de arbeidsmarkt. Ook voor Nederlanders met dezelfde kenmerken geldt dat zij vaker een WW-uitkering hebben. Veel migranten die werkloos worden vertrekken echter ook weer uit Nederland en doen geen beroep op WW.

Voor hoger opgeleide arbeidsmigranten kunnen bepaalde voorzieningen die de verzorgingsstaat biedt wel cruciaal zijn voor de keuze van het bestemmingsland. Omdat het vaak (jonge) gezinnen zijn, gaat dat dan vooral om goede gezondheidszorg, kinderopvang en onderwijs voor de kinderen, verlofregelingen etc.. Maar juist op deze elementen van de verzorgingsstaat scoort ons land helemaal niet zo goed. Kennismigranten met kinderen voelen zich daarom sneller aangetrokken tot de Scandinavische landen waar de voorzieningen betaalbaarder en professioneler zijn. Ook Duitsland streeft Nederland op dit punt inmiddels voorbij.

Verzorgingsstaat toen en nu

In het verleden kwamen migranten evenmin naar Nederland om van de verzorgingsstaat te genieten. Eind jaren zestig werden ongeschoolde werknemers geworven, en stortte de economische sector waarin zij werkten kort daarna in. De toen nog royalere verzorgingsstaat keerde relatief veel uitkeringen uit, voornamelijk voor arbeidsongeschiktheid. Maar vergeleken met toen én met de ons omringende landen, is het Nederlandse sociale zekerheidstelsel inmiddels behoorlijk versoberd. Asielstatushouders, de kleinste groep migranten, vragen wel relatief vaker een bijstandsuitkering aan. Dit is veelal terug te voeren op de gevolgen van hun vluchtervaringen en de gebrekkige aansluiting met de arbeidsmarkt.

Activerende verzorgingsstaat

Migranten komen niet voor onze verzorgingsstaat. Als ze er wel gebruik van maken, is het zaak dat ze er, net als ieder ander, vervolgens niet in blijven ‘vastzitten’. Dit vastzitten zet namelijk niet alleen de financiële houdbaarheid van het stelsel onder druk, ook neemt hierdoor de benodigde solidariteit af. Daarom is het cruciaal om te zorgen voor getrapte toetreding in ons stelsel van sociale zekerheid - voor zover dit niet al de realiteit is. En om te investeren in een activerende verzorgingsstaat, die streeft naar arbeidsdeelname voor iedereen.

Dit blog is samengesteld door Monique Kremer, Helga de Valk en Huub Verbaten