Wist u dat ...? Feiten en ficties over migratie (deel 8)

Maatschappelijk draagvlak voor migratie is maakbaar 

In de aanloop naar de verkiezingen publiceerde de adviesraad een blogserie waarin kennis en feiten over migratie worden gepresenteerd. Dit is het achtste en laatste deel in deze serie.

Geen term die je zo vaak hoort in het migratiedebat als ‘draagvlak’, veelal op bezorgde toon uitgesproken. Dit draagvlak-pessimisme is echter onterecht: er is namelijk ook steun voor migratie, en die is zelfs redelijk stabiel. Wel is onderhoud van het draagvlak permanent nodig. En dat kan, door migranten niet steeds af te schilderen als een bedreiging en door in te zetten op het verminderen van het bredere maatschappelijk ongenoegen.

Draagvlak is stabiel

Het maatschappelijk draagvlak voor immigratie in Nederland is al jarenlang behoorlijk stabiel, met een kleine meerderheid vóór en een forse minderheid tegen, blijkt uit studies (SCP, Universiteit Groningen). Ook Europees onderzoek laat stabiliteit zien: tussen 2012 en 2016  is het negatieve sentiment ten aanzien van migratie niet toegenomen, zeker niet in de West-Europese en Zuidelijke landen.

Deze maatschappelijke steun verschilt wel per type migrant. Het Sociaal Cultureel Planbureau stelt in de sociale staat van Nederland dat voor personen die vanwege de politieke situatie hun land verlaten, de deur bijna altijd openstaat. Dat vindt 87% in 2017/2018.

Bron: SCP, De sociale staat van Nederland 2019 (tabel 3.5)

Het draagvlak voor gezinsmigranten is in de SCP studie minder (56%), en nog weer minder voor mensen die om economische motieven hun land verlaten (45%). Maar wordt er gevraagd naar de houding ten aanzien van asielzoekers, dan zijn mensen negatiever (63%) blijkt uit onderzoek van de Universiteit Groningen. Arbeidsmigratie kent in het algemeen minder steun dan asielmigratie, al is die wel weer groter voor migranten die op een werkvergunning komen, dan voor EU-migranten.  

Het aantal migranten op zichzelf blijkt niet bepalend voor het draagvlak. Vaak gaat het over het ‘absorptievermogen’. Maar de samenleving is geen keukendoekje of spons; wat een samenleving aan kan is geen vaststaand, statisch gegeven. Mensen wennen naar verloop van tijd aan elkaar; er ontstaat een vorm van ‘alledaagse diversiteit’. Wel moet de toestroom niet te snel gaan en moeten mensen het gevoel hebben dat de overheid er controle over heeft. Take back control was niet voor niets de Brexit-slogan.

Cruciaal is hoe migranten vervolgens worden ingebed in de samenleving. Als zij een baan en inkomen hebben, vinden mensen de aanwezigheid van migranten vaker prima, omdat ze een waardevolle bijdrage aan de samenleving leveren. Dat verklaart waarom in Canada bijvoorbeeld - waar meer migranten werken -  er een minder geprikkeld gesprek is over migratie. En wederzijds contact pakt ook positief uit - zelfs bij mensen die aanvankelijk negatief zijn ten aanzien van migranten. Veel van de buurten waar tijdens de ‘vluchtelingencrisis’ azc’s zijn gekomen, staan helemaal niet negatiever ten aanzien van migranten, ook waarschijnlijk omdat er veel aandacht is voor het samenleven in de buurt.

Polarisatie neemt toe

Hoewel het maatschappelijk draagvlak behoorlijk stabiel is, zijn de verschillen qua opvattingen wel toegenomen: sinds de ‘vluchtelingencrisis’ zijn mensen die politiek rechts van het spectrum staan negatiever geworden ten opzichte van immigratie en zij die links van het spectrum staan positiever. Ook zijn er grote en groeiende verschillen als het gaat om opleidingsniveau van mensen en hun visie op het brede thema migratie. Hoger opgeleiden, en dan vooral de academici, en lager opgeleiden staan hier behoorlijk tegenover elkaar, terwijl de middelbaar opgeleiden steeds meer op de lager opgeleiden gaan lijken. Hoger opgeleiden zien in processen van globalisering vooral kansen, lager opgeleiden vooral onzekerheid.

Polarisatie ontstaat ook door hoe politici en media migratie ‘framen’. Als migranten worden afgeschilderd als een potentiele bedreiging - ‘profiteurs’ of ‘gelukszoekers’ - in plaats van als een waardevolle bijdrage of als ‘mensen die hulp nodig hebben’, ontstaat er een voorkeur voor een restrictiever beleid. Hetzelfde geldt voor het schetsen van beelden als  ‘overspoeld door vluchtelingen’ of ‘massamigratie’ -  alsof er sprake is van een oncontroleerbare natuurramp. Politici worden zo niet de vertolker van de stem van het volk maar de aanjager van onvrede. Die framing verklaart waarschijnlijk ook waarom mensen het aantal migranten, het aantal asielaanvragen en het aantal moslims enorm overschatten. Nee, er zijn in Nederland geen 19% moslims maar 6%. Nee, we hebben hier niet 20% migranten maar 11%.

Ontwikkelingen in de samenleving minstens zo belangrijk voor draagvlak

Negatieve gevoelens ten aanzien van migratie komen niet altijd door migratie; ze zijn ook een spiegel van maatschappelijk ongenoegen. Minder steun voor migratie in een land betekent vaak dat er weinig sociaal vertrouwen is in de samenleving. Mensen zijn bang om hun baan of maatschappelijke positie kwijt te raken, of vrezen dat voor hun kinderen. Ze denken of ervaren dat ze met migranten in competitie zijn om schaarse middelen, zoals banen en huisvesting. Wie dus denkt dat het draagvlak voor migratie enkel met migranten te maken heeft schiet mis: het gaat net zo goed over het totaal aan onvrede dat zich uitstrekt van gebrek aan maatschappelijke erkenning tot wantrouwen ten aanzien van de overheid. Of zoals de sociaal-psycholoog Postmes concludeert: ‘De kern van hun zorg op migratiegebied ligt dus niet bij migranten als groep, maar bij hoe de overheid ‘ons’ behandelt’.

Draagvlak, kortom, heeft minder te maken met ‘aantallen migranten’ maar meer met de behoefte aan controle, de wijze van politieke framing, de maatschappelijke inbedding van migranten én met de bredere ontwikkelingen in de samenleving, zoals toenemende opleidingsongelijkheid. Wie bezorgd is over het mogelijk tanende draagvlak voor migratie moet al die thema’s aanpakken.

Dit blog is samengesteld door  Monique Kremer