Grip houden op publieke belangen; Onderzoek naar privatisering in het migratiebeleid

Adviesrapport over de vraag hoe en met welke gevolgen privatisering plaatsvindt in het migratiebeleid

Adviesvraag

Op verzoek van het kabinet heeft de adviesraad de rol van private actoren in het migratiebeleid onderzocht. De centrale vraag daarbij is geweest, hoe en met welke gevolgen privatisering plaatsvindt in het migratiebeleid.

Drie casussen zijn voor het onderzoek geselecteerd en zijn in afzonderlijk deeladviezen eerder gepubliceerd. Op 1 juli is het syntheserapport  ‘Grip houden op publieke belangen ‘ gepubliceerd dat de uitkomsten van de drie onderzochte casussen samenbrengt.

Proces en uitvoering privatisering onvoldoende

De overheid blijkt bij het proces en de uitvoering van privatisering binnen het migratiebeleid op een drietal structurele punten duidelijk tekort te schieten: 1) Het borgen van publieke belangen 2) Het realiseren van adequaat toezicht om het gewenste resultaat te kunnen verzekeren en 3) het garanderen van rechtsbescherming.  

Monique Kremer overhandigt het advies aan staatssecretaris Ankie Broekers-Knol op 1 juli 2021

Drie deeladviezen

Het eerste advies in deze serie gaat over de verplichtingen bij immigratiecontrole die aan vervoerders (luchtvaartmaatschappijen en rederijen) zijn opgedragen op basis van regelgeving. Het tweede advies gaat over de begeleiding van innovatieve buitenlandse startup-ondernemers in Nederland, de zogenoemde startup-regeling. Het derde advies heeft als onderwerp de borging van de kwaliteit van het inburgeringsonderwijs.

Bij het inburgeringsonderwijs is de overheid bijvoorbeeld tekortgeschoten bij het opstellen van kaders. Publieke waarden zijn niet juist geïdentificeerd en gewaarborgd en er is geen toezicht op kwaliteit en effectiviteit. Ook is er sprake van een gebrekkige rechtsbescherming van de inburgeraar. Bij de startup-regeling heeft de overheid eveneens de publieke belangen onvoldoende benoemd, waardoor geen borging mogelijk is. Het beoordelen van de innovativiteit van buitenlandse startup-ondernemingen is volledig aan een private partij (begeleider) overgelaten en de rechtsbescherming van de startup-ondernemer is daardoor beperkt. Uit het onderzoek naar de vervoerdersverplichtingen blijkt dat deze niet bijdragen aan de naleving van de internationale rechtsorde en slechts gericht zijn op het borgen van de nationale veiligheid en openbare orde. Er bestaat voor hen geen verplichting om de weigering van niet of onjuist gedocumenteerde passagiers die asielmotieven aanvoeren, voor te leggen aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst. De rechtsbescherming van vreemdelingen komt daarmee in het geding.

De drie onderzochte casussen betreffen steeds een andere fase in het migratiebeleid, kennen een andere vorm van privatisering en laten verschillende mechanismen zien om private actoren bij de behartiging van publieke belangen te betrekken.  Deze aanpak geeft onderzoekstechnisch een zo compleet mogelijk beeld.

Conclusie en aanbeveling

De overheid moet volgens de adviesraad nadrukkelijk heroverwegen hoe om te gaan met privatisering binnen het migratiebeleid. Daarom beveelt de ACVZ aan om bij privatisering steeds minstens drie kerncriteria als uitgangspunt te gebruiken: Borging, Toezicht en Rechtsbescherming. Ook bestaande privatiseringen moet de overheid, volgens de adviesraad, op die manier opnieuw beoordelen. Alleen dan houdt de overheid de noodzakelijke grip op publieke belangen.

Vragen

Heeft u vragen over dit advies dan kunt u contact opnemen met David de Jong en of Laura Kok