Kabinetsreactie: Wetsadvies Wet inburgering

Kabinetsreactie

Op 13 mei 2020 heeft minister Koolmees de kabinetsreactie op het ACVZ wetsadvies Wet inburgering  van 11 september 2019 aan de adviescommissie gestuurd. Die reactie is in het kort als volgt:

Inburgeringsstelsel voor alle nieuwkomers

De ACVZ pleit ervoor om grotere groepen migranten, zoals EU-migranten en Turkse burgers, te stimuleren om, tenminste op vrijwillige basis, deel te laten nemen aan het inburgeringsprogramma. De minister komt hier gedeeltelijk aan tegemoet en heeft de Tweede Kamer geïnformeerd om Turkse asielmigranten per 1 mei 2020 (verplicht) in te laten burgeren.

Realistisch ambitieniveau met ondersteuning

Het wetsontwerp hanteert terecht een hoog ambitieniveau, zeker op het gebied van taalvaardigheid. Maar het taalniveau ‘gevorderd’ wordt nu slechts door 2% van de inburgeraars bereikt. Wil dat percentage omhooggaan naar de ongeveer 50% die in Duitsland wordt gehaald, dan vereist dat een andere aanpak, onder andere door het verbeteren van de begeleidingsfaciliteiten.

De regering neemt deze aanbeveling niet over, omdat volgens haar een aanzienlijk deel van de inburgeringsplichtigen het niveau van het bij voorkeur gevorderd B1 niveau daadwerkelijk zal bereiken. De regering kiest er daarom voor de inburgeringstermijn niet te wijzigen ten opzichte van de huidige situatie. De regering volgt wel de aanbeveling om de inburgeringstermijn te starten op de dag na dagtekening van het persoonlijk plan inburgering en participatie (PIP). Op die manier is gewaarborgd dat de inburgeringsplichtige altijd de volle inburgeringstermijn van drie jaar heeft om te voldoen aan de inburgeringsplicht.

Regierol gemeenten

De ACVZ heeft in een eerder advies ‘Marktwerking in het inburgeringsonderwijs’ al aandacht gevraagd voor de gevolgen van het slecht functioneren van de inburgeringsmarkt in het huidige stelsel. Een van de problemen is dat verantwoordelijkheden op Rijks- en gemeentelijk niveau voortdurend door elkaar heenlopen. De regering houdt vast aan het – volgens de ACVZ mislukte – hybride stelsel en handhaving met straffen in plaats van overreden met positieve prikkels. De verschillende partijen die hier (zeer) kritisch tegenover staan, hebben aangegeven dat het voor de inburgeringsplichtige verwarrend kan zijn als er twee organisaties zijn die vergelijkbare taken uitvoeren. De regering vindt de zorgen terecht, maar niet onoverkomelijk.

Onderwijsroute

Verschillende partijen hebben kritiek geuit op de leeftijdsgrens in de onderwijsroute. De ACVZ is enerzijds verheugd dat de regering heeft besloten om de onderwijsroute toegankelijk te maken voor alle inburgeringsplichtigen, maar heeft hierbij opgemerkt dat deze route in de eerste plaats is bedoeld voor jonge inburgeringsplichtigen tot de leeftijd van 28 jaar. Anderzijds ziet het kabinet geen aanleiding om de onderwijsroute voor gezinsleden en andere migranten kosteloos aan te bieden.

Overgangsregeling

De ACVZ stelde een regeling voor waarin de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) verplichtingen van de groep inburgeringsplichtigen 2013-2021 om leningen terug te betalen en boetes te voldoen, ruimhartig beoordeelt. De regering ziet helaas van een overgangsregeling af. Dit zou op bezwaren van rechtsongelijkheid en rechtszekerheid stuiten. Hieruit volgt dat er tot juli 2026 twee verschillende regimes gelden.