EU-Hof komt in arrest tot ander oordeel

Arresten EU-Hof leiden niet tot uniformering Unierecht. Er zou bij een individuele beoordeling meer rekening gehouden moeten worden met de situatie van de betrokken derdelander.

Staatssecretaris wijst af om openbare orde

In de eerste zaak heeft een derdelander nadat hij was veroordeeld voor smokkel van drugs een aanvraag ingediend om verlenging van zijn verblijfsvergunning voor verblijf bij partner. Deze aanvraag is door de staatssecretaris afgewezen om redenen van openbare orde.

Tweede zaak ook afwijzing aanvraag om openbare orde

In de tweede zaak verbleef een derdelander gedurende 12 jaar deels rechtmatig in Nederland. In die periode werd hij 4 keer veroordeeld tot taakstraffen wegens winkeldiefstal en rijden onder invloed. In 2011 werd hij uitgeleverd aan de Armeense autoriteiten in verband met vermeende drugsdelicten. In 2016 diende hij een aanvraag in om gezinshereniging die werd afgewezen om redenen van openbare orde.

Bij begaan van ernstig strafbaar feit, verblijf uitsluiten

In deze zaken heeft het Hof geoordeeld dat een betrokken lidstaat kan vaststellen dat een onderdaan van een derde land een bedreiging van de openbare orde vormt. Dit op basis van de loutere omstandigheid dat die onderdaan voor een strafbaar feit is veroordeeld. Als dit feit zo ernstig is dat het noodzakelijk is het verblijf van deze onderdaan op het grondgebied van de betrokken lidstaat uit te sluiten.

Beoordeling door lidstaat

De lidstaat dient op grond van de Gezinsherenigingsrichtlijn een individuele beoordeling te verrichten van de situatie van de betrokken derdelander. Hierbij moet naar behoren rekening worden gehouden met:

  • De aard en de hechtheid van de gezinsband van deze persoon
  • De duur van zijn verblijf in de lidstaat alsmede met het bestaan van familiebanden
  • Culturele of sociale banden met zijn land van herkomst.

Vragen

Heeft u een vraag? Neem contact op met onze adviseur: David de Jong