Het evenredigheidsbeginsel biedt perspectief. Herziening van de belangenafweging bij intrekking verblijfsvergunning.

Hoe kan de menselijke maat in het migratiebeleid centraler komen te staan? In dit derde commentaar in de reeks ‘de menselijke maat in het migratiebeleid’ nemen we het met terugwerkende kracht intrekken van verblijfsvergunningen, onder de loep. In deze reeks commentaren verkent de migratieraad of er wel voldoende aandacht is voor de menselijke maat bij de totstandkoming en de uitvoering van het migratiebeleid.

Met terugwerkende kracht intrekken van verblijfsvergunning

Dit derde commentaar in de reeks ‘de menselijke maat in het migratiebeleid’ gaat over het met terugwerkende kracht intrekken van verblijfsvergunningen. Deze intrekkingsmaatregel is pas na 2005 in het beleid geïntroduceerd. Daarvoor bestond deze mogelijkheid niet. De maatregel wordt toegepast in de gevallen waarin bijvoorbeeld in het verleden onjuiste inlichtingen zijn verstrekt, of dat er redenen van openbare orde bestaan of omdat niet langer aan de voorwaarden van de verblijfsvergunning wordt voldaan. Die intrekking gebeurt in de praktijk meer en meer na een aanzienlijk tijdsverloop tussen het feit en de daadwerkelijke intrekking van het verblijfsrecht. Zonder grondige evenredigheidstoets en rechtvaardiging in het individuele geval staat deze praktijk echter op gespannen voet met de menselijke maat.

Bezwaren huidige procedure

Aan de hand van drie casussen maken we inzichtelijk welke bezwaren er kleven aan de (automatische) toepassing van de terugwerkende kracht op de intrekking van verblijfsvergunningen. Deze vorm van intrekking heeft namelijk grote gevolgen voor betrokkenen. Besluiten tot intrekking van verblijfsvergunningen dienen indringend te worden getoetst. Hierbij dient voldoende gewicht te worden toegekend aan het recht op privé- en familie- en gezinsleven en aan het belang van het kind. Bij toetsing aan het evenredigheidsbeginsel is geen plaats voor een alleen-of-niets-benadering, de mate van verwijtbaarheid dient in de besluitvorming betrokken te worden.

Toetsing aanpassen

De adviesraad concludeert dat de terughoudende wijze waarop de Nederlandse rechter bij intrekkingen van verblijfsvergunningen met terugwerkende kracht toetst aan het evenredigheidsbeginsel, niet langer houdbaar is. Intrekkingen moeten indringender worden getoetst of er moet in ieder geval terughoudend mee worden omgegaan.

Doorwerking van het commentaar

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft 31 maart 2022 de beleidsregels in de Vreemdelingencirculaire, die betrekking hebben op de intrekking van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en voor onbepaalde tijd, gewijzigd (WBV 2022/8, Stcr. 2022 nr. 8628).

De beleidsregels zijn eveneens van toepassing op de verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De evenredigheidtoets is expliciet in het beleid opgenomen mede naar aanleiding van dit commentaar van de adviesraad.

Omdat het intrekken van het besluit vergaande gevolgen heeft voor de vreemdeling moet de evenredigheid van dit besluit op voorhand getoetst worden. In deze toets wordt, onder meer, meegewogen:

• welke banden de vreemdeling heeft met Nederland;

• welke banden de vreemdeling heeft met het land van herkomst;

• behelst in ieder geval de toets die wordt gedaan in het kader van artikel 8 EVRM (privé- en gezinsleven).

Als uit de toets komt dat een intrekking onevenredig is, zal de verblijfsvergunning asiel in stand worden gelaten. Toepassing van de evenredigheidstoets zal eraan bijdragen dat belangen van de vreemdeling en de Nederlandse samenleving beter tegen elkaar worden afgewogen.

Vragen?

Heeft u vragen of opmerkingen over dit onderwerp? Neem dan contact op met David de Jong